Het UWV vergoedt met inachtneming van de
artikelen 95, eerste en tweede lid, en
97h, eerste en tweede lid,van de wet, per kalenderjaar aan de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid de door de Bank in dat jaar aan werknemers toegekende remigratiebijdragen, doch ten hoogste tot een bedrag gelijk aan het totaal van de bruto-uitkeringen die op grond van de wet in dat kalenderjaar waarin remigratiebijdragen zijn verstrekt, aan deze werknemers hadden moeten worden betaald, indien zij werkloos waren gebleven en niet naar een bestemmingsland als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Remigratiewetwaren vertrokken.