1. Het subsidieplafond voor de in artikel 2, onder a, onderscheiden drie categorieën bedraagt f 700.000,- per categorie. Bij niet volledige aanwending van het subsidieplafond voor een categorie kan het College voor zorgverzekeringen het subsidieplafond voor een andere categorie verhogen tot maximaal het bedrag dat niet is aangewend.
2. Bij de verdeling van het subsidieplafond wordt de volgende rangorde gehanteerd:
a. eerst worden de aanvragen behandeld van de koepelorganisaties, te weten GGZ-Nederland, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Landelijke vereniging van Gemeentelijke Gezondheidsdiensten, de Federatie Opvang en Zorgverzekeraars Nederland. Indien het totaalbedrag van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen hoger is dan het subsidieplafond, wordt bij de subsidieverlening voorrang verleend aan de projecten die naar verwachting het meest bijdragen aan het reguliere werk of beleid op de in artikel 2, onder a, bedoelde terreinen;
b. voor zover hierna nog ruimte bestaat binnen het subsidieplafond worden andere aanvragen behandeld. Indien het totaalbedrag van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen hoger is dan de nog bestaande ruimte binnen het subsidieplafond, wordt bij de subsidieverlening voorrang verleend aan de projecten die naar verwachting het meest bijdragen aan het reguliere werk of beleid op de in artikel 2, onder a, bedoelde terreinen.