1. De commissie is belast met de behandeling van en de advisering over klachten over gedragingen die een vergunninghouder als bestuursorgaan heeft verricht. Afdeling 9.3 van de Algemene wet bestuursrechtis van toepassing.
2. Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrechten het eerste lid zijn tevens van toepassing op de behandeling van klachten over gedragingen die een vergunninghouder anders dan als bestuursorgaan heeft verricht.
1. De commissie bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter.
2. Er kunnen plaatsvervangende leden worden benoemd. Op hen zijn de artikelen 4en 5van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister benoemt de leden voor een periode van vier jaren.
2. De voorzitter en de andere leden kunnen ten hoogste twee maal voor een periode van vier jaren worden herbenoemd.
3. Onze Minister kan de voorzitter of een lid op diens schriftelijk verzoek tussentijds ontslag verlenen.
4. Van een vacature, een besluit tot benoeming, tot herbenoeming of tot ontslag wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De leden zijn niet werkzaam of werkzaam geweest onder verantwoordelijkheid van een vergunninghouder, van Onze Minister, van de raad voor de kinderbescherming of van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.
De vergunninghouder informeert aspirant-adoptiefouders die zijn bemiddeling inroepen schriftelijk omtrent het bestaan van de klachtencommissie en de mogelijkheid tot het indienen van klachten.
1. De klachtencommissie stelt jaarlijks een openbaar verslag op, waarin het aantal en de aard van de door haar behandelde klachten worden aangegeven.
2. De klachtencommissie zendt het verslag voor 1 april van het daarop volgende kalenderjaar aan Onze Minister en aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.