1. De provincie besteedt de verstrekte uitkering aan activiteiten ten behoeve van het doel van de uitkering.
2. De provincie overlegt onverminderd het bepaalde bij of krachtens de
Financiële-verhoudingswet:
a. voor 1 april 2000 een besluit inhoudende dat de verstrekte uitkering volgens de begroting wordt bestemd voor activiteiten als bedoeld in het eerste lid;
b. voor 1 mei 2001 een financiële verantwoording over de tijdens het uitkeringsjaar gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid. De verant woording dient in elk geval te bevatten: 1º een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit;
2º een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag, bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet.
1º een weergave van de kosten per uitgevoerde activiteit;
2º een weergave van de informatie die zal worden opgenomen in het verslag, bedoeld in artikel 201, tweede lid, van de Provinciewet.
c. voor 1 mei 2001 een inhoudelijk verslag omtrent de uitvoering van activiteiten, bedoeld in het eerste lid, tijdens het uitkeringsjaar.
3. Indien de verleende uitkering meer bedraagt dan f 250 000 is de verantwoording als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid.
4. De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van het door de minister vastgestelde controleprotocol.