Indien het bij koninklijke boodschap van 2 juli 1999 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Media-wet in verband met de invoering van een vernieuwd concessiestelsel voor de landelijke publieke omroep (kamerstukken II, 1998-1999, 26 660, nrs. 1-2) tot wet wordt verheven , geldt artikel 1van deze regeling ter bepaling van de peildatum, bedoeld in artikel V, tweede lid, tweede volzin, van die wet, alsmede ter uitvoering van de
artikelen 32, vierde lid, en
37a, eerste lid, van de Mediawet, zoals die artikelen komen te luiden nadat het genoemde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking is getreden. In dat geval wordt deze regeling geacht te zijn gebaseerd op de
artikelen 32, vierde lid, en
37a, eerste lid, van de Mediawet, zoals die artikelen komen te luiden nadat het in de vorige volzin bedoelde voorstel van wet tot wet is verheven en in werking is getreden, en op artikel V, tweede lid, tweede volzin, van dit tot wet verheven en in werking getreden voorstel van wet.