Artikel I
1. Als een middel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Opiumwetwordt aangewezen 4-methylthioamfetamine.
2. Als middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van de Opiumwetworden aangewezen:
dihydroethorfine,
remifentanil, en
de stereo-isomeren van de stoffen vermeld op de bij de Opiumwetbehorende Lijst I, onder C.
2. Als middelen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van de Opiumwetworden aangewezen:
dihydroethorfine,
remifentanil, en
de stereo-isomeren van de stoffen vermeld op de bij de Opiumwetbehorende Lijst I, onder C.