1. De erkenninghouder geeft bij de afgifte van kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.14, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.6 van de
bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplatenper kenteken:
a. één kentekenplaat af voor een motorrijtuig op twee of drie wielen met of zonder zijspanwagen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine;
b. twee kentekenplaten af voor een motorrijtuig op meer dan drie wielen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine;
c. één kentekenplaat af voor een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine, en
d. één kentekenplaat af voor een aanhangwagen.
2. Indien een handelaarskentekenbewijs voor een motorrijtuig op twee of drie wielen met of zonder zijspanwagen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine, of voor een motorrijtuig op meer dan drie wielen, niet zijnde een bromfiets, een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine wordt overgelegd, worden in afwijking van het eerste lid, ten minste één en ten hoogste vijf kentekenplaten afgegeven, met dien verstande dat van de modellen 27.11, 27.12 en 27.14 per model ten hoogste twee kentekenplaten worden afgegeven, en van model 27.13, ten hoogste één kentekenplaat wordt afgegeven.
3. Indien een handelaarskentekenbewijs voor een bromfiets of een aanhangwagen wordt overgelegd, worden in afwijking van het eerste lid ten hoogste twee kentekenplaten afgegeven, met dien verstande dat voor een handelaarskentekenbewijs voor een aanhangwagen van de modellen 27.11, 27.12 en 27.13 en voor een handelaarskentekenbewijs voor een bromfiets van de modellen 30.5 en 30.6 per model ten hoogste één kentekenplaat wordt afgegeven.
4. Indien een handelaarskentekenbewijs voor een landbouw- of bosbouwtrekker, een motorrijtuig met beperkte snelheid of een mobiele machine wordt overgelegd, worden in afwijking van het eerste lid ten hoogste drie kentekenplaten afgegeven, met dien verstande dat van de modellen 27.11, 27.12 en 27.13 ten hoogste één kentekenplaat wordt afgegeven.