Artikel 1
1. De algemeen directeur van het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart wordt mandaat verleend ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de volgende artikelen van het Reglement radarpatenten:
1.02, tweede lid;
2.02, eerste lid;
3.01, eerste lid;
3.03, vierde lid;
3.04, eerste en vierde lid.
2. De algemeen directeur van het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart neemt geen beslissing op een bezwaarschrift tegen een besluit dat is gebaseerd op een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.
1.02, tweede lid;
2.02, eerste lid;
3.01, eerste lid;
3.03, vierde lid;
3.04, eerste en vierde lid.
2. De algemeen directeur van het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart neemt geen beslissing op een bezwaarschrift tegen een besluit dat is gebaseerd op een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.