1. De activiteiten die voor subsidie op grond van
artikel 2.10.1 van de Subsidieregelingin aanmerking komen, omvatten het verstrekken van een bijdrage in de kosten van de uitvoering door derden van activiteiten, gericht op de bevordering van kennis en inzicht in en de meningsvorming over aangelegenheden met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking of bevordering van het draagvlak voor het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking.
2. Voor subsidie op grond van
artikel 2.10.1 van de Subsidieregelingkomen uitsluitend in Nederland gevestigde particuliere organisaties zonder winstoogmerk in aanmerking die voldoen aan de volgende eisen:
a. in de organisatiestructuur komt de maatschappelijke verankering in Nederland op het terrein van ontwikkelingssamenwerking tot uitdrukking en
b. de organisatie beschikt over een netwerk van landelijke, regionale en lokale relaties.
3. Om de eenduidigheid in de uitvoering van dit programma te waarborgen bestaat het voornemen om slechts één organisatie voor subsidiëring op grond van
artikel 2.10.1in aanmerking te doen komen (loketfunctie).