1. De directeuren van beleidsdirecties, projectdirecteuren, facilitaire diensten en stafeen-heden van het kernministerie zijn in het kader van het beheer van archiefbescheiden op het werkterrein van hun organisatieonderdeel belast met de in bijlage 1, onder A, genoemde beslissingen en dragen zorg voor de uitvoering van de in bijlage 1, onder A, genoemde werkzaamheden.
2. De Directeur van de Facilitaire Dienst draagt in het kader van het beheer van archiefbe-scheiden op het werkterrein van het kernministerie zorg voor de uitvoering van de in bijlage 1, onder B, genoemde werkzaamheden.
3. De in het eerste lid bedoelde directeuren kunnen met de Directeur van de Facilitaire Dienst overeenkomen dat zij één of meer van de werkzaamheden, genoemd in bijlage 1, onder B, op zich nemen, voorzover deze werkzaamheden betrekking hebben op het dynamisch archief en voorzover geen afstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of de Rijksarchiefdienst noodzakelijk is.
4. De directeuren, bedoeld in het eerste lid, wijzen functionarissen aan die belast zijn met de uitvoering van werkzaamheden in het kader van de taken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid.
5. De in het eerste lid bedoelde directeuren stellen werkinstructies vast omtrent de wijze waarop zij uitvoering geven aan het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid. Deze werkinstructies worden ter kennisneming gezonden aan de Secretaris-Generaal.