1. Het bevoegd gezag van een school ontvangt in het schooljaar 1999 - 2000 een aanvullende vergoeding voor de scholing van docenten die op de school het afdelingsvak landbouw en natuurlijke omgeving, als bedoeld in
artikel 26hen
artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.,of het intrasectorale programma landbouwbreed, zoals genoemd in de Regeling vaststelling examenprogramma’s voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), verzorgen of zullen verzorgen.
2. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
a. f 25,- per leerling in de leerjaren 3 en 4, die voorbereidend beroepsonderwijs volgt in de afdeling landbouw en de natuurlijke omgeving;
b. f 50,- per leerling in de leerjaren 3 en 4, die leerwegondersteunend onderwijs volgt.
3. De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1997 is ingeschreven bij de in artikel 1, eerste lid, bedoelde school.
4. De aanvullende vergoeding wordt aangewend voor de scholing van docenten die het afdelingsvak landbouw en natuurlijke omgeving, als bedoeld in
artikel 26hen
artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O.,of het intrasectorale programma landbouw-breed, zoals genoemd in de Regeling vaststelling examenprogramma’s voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), verzorgen of zullen verzorgen.