1. Een verzoek om vrijstelling wordt uiterlijk binnen vier weken na de datum van verzending van het bericht, bedoeld in
artikel 26a, vijfde lid, van de Huurprijzenwet woonruimteop een daartoe door de secretaris van de huurcommissie beschikbaar gesteld formulier ingediend bij de voorzitter van de huurcommissie.
2. Een verzoek om vrijstelling gaat vergezeld van:
a. de ten gunste van de verzoeker krachtens artikel 7, eerste lid, van de Huursubsidiewet laatstelijk doch niet eerder dan achttien maanden voor de indiening van het verzoek om vrijstelling gegeven beschikking waaruit blijkt dat het rekeninkomen niet hoger is dan het bedrag dat voor de verzoeker ten tijde van het geven van die beschikking als het minimum-inkomensijkpunt gold;
b. de ten gunste van de verzoeker krachtens 26b, eerste lid, van de Huursubsidiewet laatstelijk doch niet eerder dan zes maanden voor de indiening van het verzoek om vrijstelling gegeven beschikking waaruit blijkt dat het actueel inkomen niet hoger is dan het bedrag dat voor de verzoeker ten tijde van het geven van die beschikking als het minimum-inkomensijkpunt gold, of
c. een ten gunste van de verzoeker niet eerder dan zes maanden voor de indiening van het verzoek om vrijstelling krachtens de Algemene bijstandswet gegeven beschikking tot vaststelling van algemene bijstand.