Artikel 1
Het totale aantal verblijfsgerechtigden in wier huisvesting in de periode van 1 januari 2000 tot en met 30 juni 2000 naar verwachting zal dienen te worden voorzien bedraagt, onverminderd de eerdere verplichting als bedoeld in artikel III, vijfde lid, van de Wet tot wijziging van de Huisvestingswetvan 30 maart 1995 (Stb. 159), en eerdere verplichtingen als bedoeld in artikel 60b, eerste lid, van de Huisvestingswet, 2.300.