Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. eed of belofte: de eed of de belofte bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, af te leggen volgens het formulier dat is vastgesteld bij Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 1998, nummer AD98/U232 (Stcrt. 92, 1998);
b. betrokkene: degene die op grond van artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement de eed of de belofte aflegt;
c. Ministerie, respectievelijk Minister: het Ministerie, respectievelijk de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
a. eed of belofte: de eed of de belofte bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, af te leggen volgens het formulier dat is vastgesteld bij Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 april 1998, nummer AD98/U232 (Stcrt. 92, 1998);
b. betrokkene: degene die op grond van artikel 51, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement de eed of de belofte aflegt;
c. Ministerie, respectievelijk Minister: het Ministerie, respectievelijk de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.