Ten aanzien van het voeren van de optische en geluidssignalen ten behoeve van het in artikel I, onderdeel A, bedoelde vervoer, gelden de volgende eisen:
a. de bestuurders van de betrokken voertuigen dienen een voortgezette rijopleiding te hebben gevolgd die vergelijkbaar is met de voortgezette rijopleiding van de brandweer of ambulancediensten;
b. er dient bij protocol een meldingsprocedure te zijn vastgesteld en
c. de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten dient op de hoogte te worden gesteld van het spoedvervoer.