Het verzoek bevat – onverminderd het bepaalde in
artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht– ten minste:
a. een aanduiding van het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning of van het rechtmatig uitoefenen door of namens de minister van een aan het publiekrecht ontleende taak of bevoegdheid leidende tot een verlegging van een buitenleiding;
b. een aanduiding van de aard en omvang van de schade, alsmede een specificatie van het bedrag van de schade berekend conform de artikelen 3 t/m 5 en/of de artikelen 8 en 9;
c. een opgave van het schadebedrag dat naar het oordeel van de verzoeker vergoed dient te worden.