1. Als aan een huurder voor het subsidietijdvak dat loopt van 1 juli 1998 tot en met 30 juni 1999, omdat de rekenhuur in dat tijdvak hoger was dan de voor hem ingevolge
artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor de inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet geldende maximale huurgrens, onder toepassing van
artikel 13, tweede lid, onderdeel c, en vierde lid, van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, huursubsidie is toegekend ter hoogte van 67 procent van het bedrag dat is berekend op de wijze, bedoeld in
artikel 21 van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, wordt die huursubsidie aangevuld tot 100 procent van dat bedrag.
2. Als aan een huurder voor een RBH-subsidietijdvak dat ligt tussen 30 juni 1998 en 1 juli 1999, omdat de rekenhuur in dat tijdvak hoger was dan de voor hem ingevolge
artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor de inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet geldende maximale huurgrens, onder overeenkomstige toepassing van
artikel 13, tweede lid, onderdeel c, en vierde lid, van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, een bijzondere bijdrage in de huurlasten is toegekend ter hoogte van 67 procent van het bedrag dat is berekend op de wijze, bedoeld in
artikel 26b, tweede lid, van de Huursubsidiewetals laatstelijk luidend voor die inwerkingtreding, wordt die bijdrage aangevuld tot 100 procent van dat bedrag.
3. Als voor de inwerkingtreding van dit artikel aan een huurder een uitkering is gedaan met de bedoeling de aan hem toegekende huursubsidie of bijzondere bijdrage in de huurlasten overeenkomstig het eerste respectievelijk tweede lid aan te vullen, staat het doen van die uitkering gelijk aan een aanvulling als bedoeld in die leden.
4. In het eerste, tweede en derde lid wordt onder huurder, huursubsidie, rekenhuur, subsidietijdvak en bijzondere bijdrage in de huurlasten verstaan: hetgeen daaronder in de
artikelen 1, onderdelen c, e en m,
5en
26a, eerste lid, onderdeel b, van de Huursubsidiewetwordt verstaan. In het tweede lid wordt onder RBH-subsidietijdvak verstaan: hetgeen daaronder in
artikel 26b, eerste lid, onderdeel c, van de Huursubsidiewetwerd verstaan tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel Ivan deze wet.