1. De directeur van een in artikel 2genoemde veerdienst kan éénmaal per kwartaal van het kalenderjaar aan de hand van verkoopgegevens opgestelde voorschotnota’s indienen. De voorschotnota wordt binnen 30 dagen na afloop van het betreffende kwartaal ingediend.
2. Uiterlijk negen maanden na afloop van een kalenderjaar dient de in het eerste lid genoemde directeur een definitieve afrekeningsnota in over het voorafgaande jaar. De afrekeningsnota is opgesteld dan wel gecontroleerd door een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie bij de inschrijving in het in
artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulentbedoelde register een aan-tekening is geplaatst als bedoeld in
artikel 36, derde lid, van die wet.
3. De voorschot- en afrekeningsnota’s worden ingediend bij de betrokken hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de regionale directie.