De regionaal inspecteur en de plaatsvervangend regionaal inspecteur worden gemachtigd om namens de Minister convenanten te ondertekenen, voor de provincies welke binnen hun werkgebied vallen.
1. De minister, gehoord de hoofdinspecteur, kan aanwijzingen geven over de uitoefening van de door hem verleende machtiging, genoemd in artikel 2.
2. De regionaal inspecteur of de plaatsvervangend regionaal inspecteur verschaft de minister en de hoofdinspecteur, uit eigen beweging of op hun verzoek inlichtingen over de uitoefening van de verleende bevoegdheid.
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, luidt de ondertekening:
de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, handelend in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan, te dezen vertegenwoordigd door .... (de functie-aanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris).
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.