BWBR0010194
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 41
Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002
... [Regeling vervallen per 28-10-2007] Een effecteninstelling onthoudt zich met betrekking tot een effecteninstelling die (i) niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet ; (ii) niet is uitgezonderd van de vergunningplicht ingevolge artikel 7, tweede lid, van de wet ; dan wel (iii) geen aanspraak kan maken op een vrijstelling van de vergunningplicht als bedoeld in artikel 10 van de wet , van de volgende rechtshandelingen: a. het middellijk of onmiddellijk deelnemen in het kapitaal van deze instelling; b. het verrichten van effectentransacties voor deze instelling; c. het aanbrengen van cliënten of effectenorders voor rekening van cliënten bij deze instelling; d. het accepteren van door deze instelling aangebrachte cliënten of cliëntenorders. e. het is een effecteninstelling toegestaan de rechtshandelingen als bedoeld onder a tot en met d te verrichten met betrekking tot een in het buitenland gevestigde en niet in of vanuit Nederland actieve effecteninstelling indien de effecteninstelling heeft vastgesteld dat de betreffende buitenlandse effecteninstelling in haar land van vestiging voldoet aan de aldaar geldende vergunning-, registratie of notificatieplicht en de vaststelling schriftelijk is vastgelegd.