BWBR0010194
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 13
Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002
... [Regeling vervallen per 28-10-2007] Een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, die de effectendienst verricht als bedoeld in artikel 1, onder h, sub 1 of 8a , kan aan het vereiste als bedoeld in artikel 12 voldoen indien: a. de gelden en effecten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de effecteninstelling betrekking hebben, op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een kredietinstelling worden aangehouden; b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen geld- of effectenrekeningen van de effecteninstelling worden gebruikt; en c. de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de effecteninstelling uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden en effecten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de effecteninstelling voor de cliënt. d. onder schriftelijk in sub c wordt mede verstaan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 3:15d, derde lid, Burgerlijk Wetboek indien de overeenkomst: – raadpleegbaar is door partijen; – de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd; – het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en – de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld.