BWBR0010191
Artikel 1
Verordening op de Permanente Opleiding 2000
In deze verordening wordt verstaan onder
a.
Advocaat:
De in Nederland ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
b.
Deken:
De deken van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.
c.
Raad van Toezicht:
De Raad van Toezicht van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.
d.
Jaar:
Een kalenderjaar.
e.
Erkende opleidingsinstelling:
De door de Algemene Raad als zodanig erkende natuurlijke of rechtspersoon.
f.
Eén opleidingspunt:
Van het behalen van één opleidingspunt is sprake zodra de advocaat in de periode dat
deze verordening op hem van toepassing is één der navolgende handelingen heeft verricht:
1. het gedurende 60 minuten volgen van onderwijs dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering
ten goede komt bij een erkende opleidingsinstelling, wanneer dit heeft geleid tot
de verkrijging van een bewijsstuk vanwege die instelling dat het onderwijs daadwerkelijk
is gevolgd en voltooid of dat de toetsen of het examen betrekking hebbend op dat onderwijs
met succes zijn afgelegd;
2. het gedurende 30 minuten geven van onderwijs dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering
ten goede komt aan een erkende opleidingsinstelling;
3. het schrijven van 500 woorden deel uitmakend van een juridisch artikel gepubliceerd
in de rechtsliteratuur, of een daaraan gelijkwaardige publicatie.
4. het gedurende een door de Algemene Raad bepaalde tijdseenheid verrichten van een andere
door de Algemene Raad al dan niet onder het stellen van voorwaarden als opleiding
aangemerkte handeling die de praktijkuitoefening ten goede komt;
g.
Voorgaande verordening:
De Verordening Permanente Opleiding van 16 september 1994.
a.
Advocaat:
De in Nederland ingeschreven advocaat, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.
b.
Deken:
De deken van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.
c.
Raad van Toezicht:
De Raad van Toezicht van het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.
d.
Jaar:
Een kalenderjaar.
e.
Erkende opleidingsinstelling:
De door de Algemene Raad als zodanig erkende natuurlijke of rechtspersoon.
f.
Eén opleidingspunt:
Van het behalen van één opleidingspunt is sprake zodra de advocaat in de periode dat
deze verordening op hem van toepassing is één der navolgende handelingen heeft verricht:
1. het gedurende 60 minuten volgen van onderwijs dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering
ten goede komt bij een erkende opleidingsinstelling, wanneer dit heeft geleid tot
de verkrijging van een bewijsstuk vanwege die instelling dat het onderwijs daadwerkelijk
is gevolgd en voltooid of dat de toetsen of het examen betrekking hebbend op dat onderwijs
met succes zijn afgelegd;
2. het gedurende 30 minuten geven van onderwijs dat de praktijkuitoefening of de praktijkvoering
ten goede komt aan een erkende opleidingsinstelling;
3. het schrijven van 500 woorden deel uitmakend van een juridisch artikel gepubliceerd
in de rechtsliteratuur, of een daaraan gelijkwaardige publicatie.
4. het gedurende een door de Algemene Raad bepaalde tijdseenheid verrichten van een andere
door de Algemene Raad al dan niet onder het stellen van voorwaarden als opleiding
aangemerkte handeling die de praktijkuitoefening ten goede komt;
g.
Voorgaande verordening:
De Verordening Permanente Opleiding van 16 september 1994.