1. In het in artikel 5b, onder a, bedoelde geval kan, indien de erkenning of de wettiging heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van de
wet tot wijziging van de artikelen 5 en 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboeken in verband daarmee van enige andere artikelen van dit wetboek, en voor de inwerkingtreding van deze wet, een verklaring houdende naamskeuze worden afgelegd tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet.
2. Indien, in het in artikel 5b, onder d, bedoelde geval, het kind is geboren na de inwerkingtreding van de
wet houdende wijziging van de artikelen 5 en 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboeken in verband daarmede van enige andere artikelen van dit wetboek, en voor de inwerkingtreding van deze wet, kunnen de ouders gezamenlijk, tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, een verklaring houdende naamskeuze afleggen.
3. Indien betrokkenen wegens het internationale karakter van het geval niet zijn ontvangen in een verzoek tot het afleggen van een verklaring als bedoeld in
artikel IV van de wet tot wijziging van de artikelen 5 en 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboeken in verband daarmede van enige andere artikelen van dit wetboek, kan een zodanige verklaring alsnog, tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, worden afgelegd indien aan de voorwaarden van het eerste lid van voornoemd
artikel IVis voldaan en alle in leven zijnde kinderen van dezelfde ouders op het tijdstip van de verklaring het Nederlanderschap bezitten. Het derde lid van voornoemd
artikel IVis van toepassing voor zover de kinderen die nadien in familierechtelijke betrekking tot beide ouders komen te staan, op het tijdstip van de geboorte de Nederlandse nationaliteit bezitten.