1. De subsidie bedraagt de som van:
a. 100% van het grondgebonden deel van het varkensrecht vermenigvuldigd met de representatieve marktwaarde per varkenseenheid;
b. 75% van het niet-grondgebonden deel van het varkensrecht, vermenigvuldigd met de representatieve marktwaarde per varkenseenheid.
2. De Minister stelt wekelijks de representatieve marktwaarde per varkenseenheid, bedoeld in het eerste lid, vast en doet daarvan mededeling in de Staatscourant. De representatieve marktwaarde van een varkenseenheid kan voor het fokzeugenrecht en het varkensrecht, niet zijnde fokzeugenrecht, voor het concentratiegebied Oost en het concentratiegebied Zuid verschillend worden vastgesteld.
3. Zolang nog geen mededeling als bedoeld in het tweede lid is gedaan bedraagt de representatieve marktwaarde per varkenseenheid voor een bedrijf gelegen in het:
a. concentratiegebied Zuid: € 317,65 voor het varkensrecht, niet zijnde fokzeugenrecht en € 347,60 voor het fokzeugenrecht;
b. concentratiegebied Oost: € 260,92 voor het varkensrecht, niet zijnde fokzeugenrecht, en € 314,47 voor het fokzeugenrecht;
c. niet-concentratiegebied: € 260,92 voor het varkensrecht, niet zijnde fokzeugenrecht en € 298,13 voor het fokzeugenrecht.
4. Voor de bepaling van de ligging van een bedrijf is
artikel 17, vierde lid, van de wetvan overeenkomstige toepassing.
5. Voor de bepaling van de hoogte van de subsidie is van toepassing de op grond van het tweede lid vóór de datum van de aanvraag tot subsidieverlening laatstelijk in de Staatscourant bekendgemaakte representatieve marktwaarde, of indien nog geen mededeling als bedoeld in het tweede lid is gedaan de in het derde lid genoemde representatieve marktwaarde.
6. Voor de bepaling van de hoogte van de subsidie wordt het varkensrecht niet in aanmerking genomen, voorzover de hoogte daarvan mede wordt bepaald overeenkomstig artikel 2, eerste lid, juncto paragraaf 3, 4 of 5 van
hoofdstuk 2 van het Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderijen op de datum van de aanvraag tot subsidieverlening niet is voldaan aan artikel 9, eerste lid en tweede lid, onderdelen b en c, van dat besluit.