Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1999, met dien verstande dat
a. artikel I, onderdeel F, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en de onderdelen G en K, artikel II, onderdeel A, artikel III, artikel XII en artikel XV, onderdeel B, terugwerken tot en met 1 januari 1998;
b. artikel I, onderdeel B en onderdeel F, vierde lid, en artikel II, onderdeel B, terugwerken tot en met 1 oktober 1998;
c. artikel I, onderdeel F, tweede lid, toepassing vindt nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 1998 is toegepast;
d. artikel I, onderdelen D, H en I, en artikel II, onderdelen C en D, toepassing vinden nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij het begin van het kalenderjaar 1999 is toegepast;
e. artikel IX in werking treedt met ingang van 1 mei 1999;
f. artikel X, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 januari 1998;
g. artikel X, onderdeel C, eerste en derde lid, toepassing vindt nadat het ingevolge onderdeel G van dat artikel ingevoegde artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 1999 is toegepast;
h. artikel X, onderdeel F, in werking treedt indien artikel VI, onderdeel I, van de Wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking), Stb. 732, in werking is getreden; en
i. artikel XI in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.