1. Aan de ontheffing worden de volgende voorschriften verbonden:
a. op het bedrijf wordt niet meer dan 100 kilogram fosfaat per kalenderjaar meststoffen afkomstig van andere dieren dan kippen geproduceerd, welke productie wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het desbetreffende kalenderjaar gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren van de in bijlage A bij de wet onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage A bij de wet;
b. het bedrijf beschikt over bedrijfsmiddelen gericht op de droging van op het bedrijf geproduceerde kippenmest tot een droge-stofgehalte van ten minste 80%.
c. alle op het bedrijf geproduceerde kippenmest wordt overeenkomstig een met de verwerker gesloten overeenkomst volgens een door de minister daartoe vastgesteld model, ter verwerking van deze meststoffen tot gevaloriseerde mest, afgeleverd aan deze verwerker;
d. de op het bedrijf geproduceerde kippenmest heeft bij aflevering aan de verwerker een droge-stofgehalte van ten minste 80%, behalve in situaties waarop artikel 8, eerste lid, van toepassing is;
e. de producent levert ten minste 80% van de totale in het kalenderjaar geproduceerde kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, in dat kalenderjaar af aan de verwerker, en de resterende hoeveelheid vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar. Indien de ontheffing betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar, levert de producent de totale in het desbetreffende gedeelte van het kalenderjaar geproduceerde hoeveelheid kippenmest vóór 1 maart van het daarop volgende kalenderjaar af aan de verwerker;
f. de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, wordt na verwerking uitsluitend afgezet in het buitenland;
g. de door de verwerker waarmee de overeenkomst, bedoeld in onderdeel c of artikel 8 is gesloten, in een kalenderjaar in het buitenland afgezette hoeveelheid gevaloriseerde mest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, komt ten minste overeen met de som van: de hoeveelheid kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in dat kalenderjaar aan de verwerker is afgeleverd door bedrijven waaraan ingevolge deze regeling een ontheffing is verleend, en
de hoeveelheid kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, afkomstig van bedrijven waaraan niet ingevolge deze regeling een ontheffing is verleend, die de verwerker na verwerking tot gevaloriseerde mest in het buitenland heeft afgezet in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de verwerker voor het eerst in het kader van deze regeling gevaloriseerde mest exporteert;
de hoeveelheid kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in dat kalenderjaar aan de verwerker is afgeleverd door bedrijven waaraan ingevolge deze regeling een ontheffing is verleend, en
de hoeveelheid kippenmest, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, afkomstig van bedrijven waaraan niet ingevolge deze regeling een ontheffing is verleend, die de verwerker na verwerking tot gevaloriseerde mest in het buitenland heeft afgezet in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de verwerker voor het eerst in het kader van deze regeling gevaloriseerde mest exporteert;
h. ten aanzien van het bedrijf worden de verfijnde mineralenheffingen, bedoeld in artikel 22 van de wet, geheven;
2. In zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel g, tweede gedachtestreepje, geldt in het kalenderjaar waarin de verwerker voor het eerst in het kader van deze regeling kippenmest exporteert, en de drie daaropvolgende kalenderjaren, 80% van de aldaar bedoelde hoeveelheid fosfaat.
3. Aan de voorschriften, gesteld in het eerste lid, wordt uiterlijk vóór 1 juli 2000 en bovendien gedurende de gehele periode waarvoor de ontheffing geldt, voldaan. Ingeval de producent bij het bevoegd gezag in verband met de ontheffing een aanvraag heeft ingediend om een vergunning als bedoeld in
artikel 8.1 van de Wet milieubeheerten behoeve van een vergroting van het aantal te houden kippen of ten behoeve van de oprichting van een inrichting dan wel wijziging van een bestaande inrichting die is benodigd om te voldoen aan het voorschrift, gesteld in onderdeel b van het eerste lid, en de vergunning op 30 juni 2000 nog niet is verleend of nog niet in werking is getreden, dan geldt in afwijking van de eerste volzin dat aan de voorschriften voldaan wordt uiterlijk acht maanden na inwerkingtreding van de vergunning, of, indien dit eerder is, vóór 1 januari 2002.
4. De ontheffing geldt voor een periode van zeven jaren. De periode vangt aan met het tijdstip waarop voldaan wordt aan de voorschriften, gesteld in de onderdelen a, b en c van het eerste lid.
5. In zoverre in afwijking van het vierde lid wordt de ontheffing voor een periode van twaalf jaren verleend indien uit de verklaring, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, blijkt dat ten aanzien van het desbetreffende bedrijf wordt voldaan aan binnen Golden Harvest gestelde bijkomende voorwaarden aan het bedrijfssysteem in het kader waarvan dierlijke meststoffen afkomstig van legkippen worden geproduceerd.
6. Nakoming van de voorschriften, neergelegd in onderdelen c tot en met g van het eerste lid, wordt aannemelijk gemaakt met de gegevens, bescheiden en bewijsstukken, bedoeld in
paragraaf 3 van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet.
7. Zodra de producent voldoet aan de voorschriften, gesteld in de onderdelen a, b en c van het eerste lid, geeft hij hiervan kennis aan het Bureau Heffingen met gebruikmaking van een daartoe door de minister vastgesteld formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend. De producent overlegt daarbij:
de bescheiden waaruit blijkt dat het bedrijf beschikt over bedrijfsmiddelen gericht op de droging van op het bedrijf geproduceerde kippenmest tot een droge-stofgehalte van ten minste 80%, en
de overeenkomst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, tenzij de producent tevens verwerker is en in het kader van deze regeling zelf zijn mest verwerkt.