Het adviescollege heeft tot taak de minister te adviseren over de mogelijkheden van vereenvoudiging van procedures in het kader van de uitvoering van de wetten voor oorlogsgetroffenen zonder dat daardoor de bestaande wetssystematiek zal worden aangetast. In het advies wordt aangegeven welke maatregelen voor deze vereenvoudiging noodzakelijk worden geacht.
1. Het adviescollege bestaat uit een voorzitter en vier leden.
2. De minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden van het adviescollege.
3. De minister voegt het Hoofd van de Directie Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Burger-oorlogsgetroffenen als ambtelijk waarnemer aan het adviescollege toe.
4. De minister voegt een medewerker van de Directie Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Burger-oorlogsgetroffenen als secretaris en een medewerker als plaatsvervangend secretaris aan het adviescollege toe.
Tot lid van het adviescollege worden benoemd:
de heer dr. A.J. van der Leeuw te Heemstede;
de heer mr. J.M. Loonstein te Amsterdam;
de heer mr. G.L.M.J. Stevens te Nijmegen;
de heer Th.F.B. Terhorst te Netersel.
Het adviescollege wordt ondersteund door een ambtelijke werkgroep, bestaande uit medewerkers van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en medewerkers van de Pensioen- en Uitkeringsraad.
De voorzitter en de leden van het adviescollege ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfskosten volgens de regelen voor dienstreizen die gelden voor rijksambtenaren.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 1998.