1. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het college.
2. De overgang van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden vindt plaats in een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
3. De aanspraken die een ambtenaar op wie het eerste lid van toepassing is, toekomen krachtens
artikel 24 van het Algemeen Rijksambtenarenreglementvervallen op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
4. De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dienstonderdeel secretariaat van het college, waarvan naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde lijst, zijn met ingang van dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het college met een rechtspositie die als geheel ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.