De taken van de adviescommissie bestaan uit:
- het toetsen van de ingediende educatieve projectvoorstellen aan de in de brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 18 december 1997 (Kamerstukken II 1997/98, 20 454, nr. 43) genoemde criteria alsmede aan door de minister vast te stellen wijzigingen van die criteria;
- het adviseren van de minister over kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van de ingediende educatieve projectvoorstellen.
1. De adviescommissie bestaat uit een voorzitter en vier leden.
2. De minister benoemt en ontslaat de voorzitter en de leden van de adviescommissie.
3. De voorzitter en de leden van de adviescommissie worden benoemd voor een periode van vier jaar.
4. De minister voegt een medewerker van de Directie Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Burger-oorlogsgetroffenen als secretaris aan de adviescommissie toe.
De voorzitter en de leden van de adviescommissie ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten volgens de regelen voor dienstreizen die gelden voor rijksambtenaren.