1. Tot de categorie van vreemdelingen, bedoeld in
artikel 1, tweede lid, onder c, van de wet, behoort de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in
artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000is verleend onder een beperking die samenhangt met:
verblijf voor studie;
verblijf in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma;
verblijf als au pair;
verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling;
verblijf voor medische behandeling;
verblijf als slachtoffer van vrouwenhandel;
verblijf voor familiebezoek;
verblijf als niet-geprivilegieerde NAVO-vreemdeling;
verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.
2. Tot de categorie van vreemdelingen, bedoeld in
artikel 1, tweede lid, onder c, van de wet, behoren tevens de gezinsleden van de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid.