1. Met ingang van de aanpassingsdatum luiden:
a. het in de artikelen 13a, 58a en 138a, telkens tweede lid, genoemde bedrag: fl. 7.597,31;
b. het in de artikelen 27a, vierde lid, 27b, derde lid, 73, vierde lid, 73a, derde lid, 150a, vierde lid, en 150b, derde lid genoemde bedrag: fl. 66.350,25;
c. de bedragen van de artikelen 93 en 94 van de wet, zoals die artikelen luidden op 31 december 1985: artikel 93, eerste, tweede en derde lid: fl. 168.095,- artikel 94, onder a: fl. 168.095,-
fl. 120.068,-
artikel 94, onder b: fl. 168.095,-
fl. 24.013,-
fl. 48.025,-;
d. het in
artikel 156, tweede lid, van de wetgenoemde bedrag: fl. 29.449,-;
2. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van
artikel 38 van de wetbedraagt vanaf de aanpassingsdatum ten hoogste fl. 49.358,-.
3. Een pensioen dat is toegekend met toepassing van
artikel 83 van de wetbedraagt vanaf de aanpassingsdatum fl. 2.213,- per lidmaatschapsjaar en ten hoogste fl. 40.248,-.