1. De aanvraag voor de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt ingediend bij LASER, op een daartoe vastgesteld formulier.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. stukken waaruit genoegzaam blijkt dat de aanvrager een verzekeraar is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b;
b. de polisvoorwaarden en de tariefstelling;
c. een raming van het aantal ondernemers dat een verzekeringsovereenkomst, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, zal aangaan, alsmede van het totaalbedrag op jaarbasis aan door de ondernemers terzake verschuldigde premies, gebaseerd op de polisvoorwaarden en de tariefstelling.
3. Indien de verzekeraar nog niet werkzaam was in de branches 8 of 9 als bedoeld in
artikel 15 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993voordat deze overeenkomsten tot schadeverzekering ter zake waarvan subsidie is aangevraagd ging aanbieden, gaat de aanvraag tot subsidieverlening bovendien vergezeld van een verklaring van de verzekeraar dat de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde raming verenigbaar is met hetgeen omtrent het te verwachten aantal verzekerden en de premie-inkomsten is gesteld
in zijn programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, dan wel
in de daarmee overeenkomende gegevens, die ingevolge artikel 37, eerste lid, van die wet aan de Verzekeringskamer dienen te worden overgelegd, dan wel
in de door de verzekeraar bij de aanvraag van een verklaring, als bedoeld in artikel 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994 gevoegde gegevens, dan wel
in hetgeen aan de Verzekeringskamer daaromtrent is bericht in het kader van artikel 13, onder a, van dat Besluit.
4. De aanvraag voor de verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt ingediend bij LASER, op een daartoe vastgesteld formulier.
5. De aanvraag, bedoeld in het vorige lid, gaat vergezeld van:
a. stukken waaruit genoegzaam blijkt dat de aanvrager een verzekeraar is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b;
b. de polisvoorwaarden en de tariefstelling;
c. een deugdelijk onderbouwde raming van het aantal ondernemer dat een verzekeringsovereenkomst waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zal aangaan, alsmede van het totaalbedrag op jaarbasis aan door de ondernemers ter zake verschuldigde premies, gebaseerd op de polisvoorwaarden en de tariefstelling;
d. een deugdelijk onderbouwd voorstel voor de berekening van de risicofactor. De garantieovereenkomst, bedoeld in het vierde lid zal namens de Staat gesloten worden door de minister, die hiervoor instemming behoeft van de Minister van Financiën.
6. Alvorens een besluit tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt genomen, sluit de verzekeraar met de Staat een garantieovereenkomst af.
7. De garantieovereenkomst, bedoeld in het zesde lid, dient de volgende elementen te bevatten:
a. een procedure voor het inroepen van de garantie;
b. een procedure voor het wijzigen van polissen of dekkingstoezeggingen;
c. een procedure volgens welke schadegevallen zullen worden afgewikkeld;
d. een procedure voor het nemen incassomaatregelen en het treffen van maatregelen ter beperking van de schade;
e. de bepaling dat de verzekeraar voor de garantstelling de Staat een bedrag verschuldigd is dat wordt afgeleid van de totale verzekerde waarde;
f. de bepaling dat de verzekeraar van de verzekeringnemers een vergoeding van administratiekosten zal verlangen en de vaststelling van de hoogte daarvan;
g. een bepaling inzake de administratie van de uit de garantstelling voortvloeiende verplichtingen;
h. een bepaling inzake de afrekening en controle;
i. een bepaling inzake de duur van de overeenkomst.