1. Het gemeentebestuur registreert over elk halfjaar ten behoeve van de uitvoering van
artikel 21 van de wetde in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen gegevens ten aanzien van personen met een dienstbetrekking of werkervaringsplaats die op enig moment in het betreffende halfjaar zijn vervuld.
2. Het gemeentebestuur registreert over elk halfjaar ten behoeve van de uitvoering van
artikel 21 van de wetde in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen gegevens ten aanzien van personen:
a. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar is ingezet;
b. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen jongeren zijn;
c. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen uitkeringsgerechtigde van 23 jaar en ouder zijn voor zover zij geen andere uitkering ontvangen dan op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, beschikbaar zijn voor arbeid voor ten minste 12 uur per week, en voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, en
op dat tijdstip nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, en
op dat tijdstip nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
d. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen: zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en nadien, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, uitkeringsgerechtigde van 23 jaar en ouder zijn geworden voor zover zij geen andere uitkering ontvangen dan op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, beschikbaar zijn voor arbeid voor ten minste 12 uur per week, en
op het tijdstip waarop zij uitkeringsgerechtigde zijn geworden nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en nadien, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, uitkeringsgerechtigde van 23 jaar en ouder zijn geworden voor zover zij geen andere uitkering ontvangen dan op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, beschikbaar zijn voor arbeid voor ten minste 12 uur per week, en
op het tijdstip waarop zij uitkeringsgerechtigde zijn geworden nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
e. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen als werkzoekende zijn geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen in de fase 2, 3 of 4, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling SUWI, en die geen uitkeringsgerechtigde of langdurig werkloze zijn en ten minste voor 12 uur per week beschikbaar zijn voor arbeid, en voor de gemeenten genoemd in bijlage 3, onderdeel A en B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden telkenmale binnen 6 weken na afloop van elk halfjaar door het gemeentebestuur rechtstreeks verstrekt aan een door de minister aangewezen bewerker. Als bewerker van de in bijlage 1 opgenomen gegevens is aangewezen Research voor Beleid B.V. te Leiden. Van de aanwijzing van de bewerker van de in bijlage 2 opgenomen gegevens wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
4. Het gemeentebestuur verstrekt de in het eerste en tweede lid bedoelde persoonsgegevens op een door de onderscheiden bewerkers, bedoeld in het derde lid, te bepalen wijze.