Voor zover belastbare feiten in de zin van de
Successiewet 1956hebben plaatsgevonden op of na 1 januari 1997 en verkrijgingen zijn als bedoeld in
artikel 25, negende lid, of
artikel 26, derde lid, van de Invorderingswet 1990en ter zake van die verkrijgingen reeds betalingen zijn verricht op een belastingaanslag zonder dat de belastingschuldige een beroep op genoemde artikelen heeft gedaan, kan hij alsnog schriftelijk een beroep doen op die artikelen en de
artikelen 6en
6a van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De ontvanger verleent uitstel van betaling en voorwaardelijke kwijtschelding op de voet van genoemde artikelen alsof die betalingen niet hebben plaatsgevonden. Voorzover dit meebrengt dat de belastingschuldige meer heeft voldaan dan hij met toepassing van genoemde artikelen reeds had behoeven te doen, wordt dat meerdere bij voor bezwaar vatbare beschikking aan de belastingplichtige terug gegeven.