Indien voor een hogeschool, bedoeld in
artikel 1.1 onder d, van het Bekostigingsbesluit WHW, de toepassing van artikel 3.3, eerste lid, van dat besluit, zoals die bepaling met ingang van 1 januari 1998 luidt, voor het begrotingsjaar 1997 tot een rijksbijdrage zou hebben geleid die lager is dan de voor dat begrotingsjaar op grond van
hoofdstuk 3 van het Bekostigingsbesluit WHWvoor die hogeschool vastgestelde rijksbijdrage, stelt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dan wel Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor de desbetreffende hogeschool in 1998 en 1999 een bedrag vast dat wordt toegevoegd aan het voor het desbetreffende begrotingsjaar op grond van genoemd hoofdstuk berekende exploitatiedeel.