1. Een inwoner van Israël die ingevolge artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting, heeft, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 6van de Overeenkomst, recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting meer is ingehouden dan 15 percent.
2. Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende bij het belastingbestuur over zijn woonplaats een ingevulde en ondertekende verklaring in tweevoud in op een formulier volgens het in de bijlage opgenomen model (formulier ’IB 92 ISR’).(*1)
3. Indien de opbrengst is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon die de in
artikel 9 van de Wet op de dividendbelasting 1965bedoelde dividendnota, waaruit van de betaling van de terug te geven belasting door de belanghebbende blijkt, heeft uitgereikt, levert de belanghebbende het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring in de bij de hierboven bedoelde persoon, onder bijvoeging van de dividendnota. Is dit laatste niet mogelijk, dan voegt de persoon die de dividendnota heeft uitgereikt bij de verklaring een door hem gewaarmerkt afschrift van de dividendnota. Degene die de dividendnota heeft uitgereikt zendt, met een begeleidende brief, waaruit blijkt dat hij voor de belanghebbende optreedt, de bij hem ingeleverde verklaring te zamen met de dividendnota of het afschrift daarvan, aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland, die op het verzoek beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de Ontvanger van de Belastingdienst/
Particulieren/Ondernemingen buitenland ten behoeve van de belanghebbende overgemaakt aan degene die de dividendnota heeft uitgereikt.
4. Indien de opbrengst niet is uitbetaald door een in Nederland wonende of gevestigde persoon en de belanghebbende dientengevolge niet in het bezit is van een in het derde lid bedoelde dividendnota, zendt hij het van een ondertekende bevestiging omtrent de woonplaats voorziene exemplaar van de verklaring rechtstreeks toe aan de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/
Ondernemingen buitenland, onder bijvoeging van een dividendnota of ander bewijsstuk, waaruit blijken:
a) de desbetreffende opbrengst, en
b) het feit dat de terug te geven belasting door de belanghebbende is betaald.
De inspecteur van de Belastingdienst/
Particulieren/Ondernemingen buitenland beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het terug te geven bedrag wordt door de Ontvanger van de Belastingdienst/
Particulieren/Ondernemingen buitenland aan de belanghebbende overgemaakt.
5. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij uit hoofde van zijn eigendomsrechten met betrekking tot de in punt 3 van het formulier ’IB 92 ISR’ vermelde effecten, op de in dat punt vermelde datum(s) van betaalbaarstelling gerechtigd was tot de in dat punt vermelde inkomsten, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 9 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.
6. Indien de verzoeker niet kan bevestigen dat hij de in punt 3 van het formulier ’IB 92 ISR’ vermelde effecten niet heeft verkregen ingevolge enige overeenkomst, optie of regeling, waarbij hij is overeengekomen of kan worden verplicht de effecten weer te verkopen of over te dragen of soortgelijke effecten te verkopen of over te dragen, dient hij hiervan uitdrukkelijk melding te maken in punt 9 van het formulier en daarbij zijn specifieke omstandigheden nader toe te lichten.