1. De algemeen directeur van de Stichting Koninklijk OnderwijsFonds voor de Scheepvaart, wordt mandaat verleend ten aanzien van de bevoegdheden, bedoeld in de volgende artikelen van het
Reglement Rijnpatenten 1998:
3.02, eerste lid;
3.02, tweede lid, onder b;
3.02, vierde lid;
3.03, eerste en tweede lid;
3.06, eerste, vierde en vijfde lid;
4.03, vijfde lid.
2. De algemeen directeur van de Stichting Koninklijk OnderwijsFonds voor de Scheepvaart neemt geen beslissing op een bezwaarschrift tegen een besluit dat is gebaseerd op een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid.