Wijzigingsbesluit ivm arbeidsvoorwaardenakkoord sector Defensie voor de periode van 1 april 1997 tot en met 31 mei 1999
HOOFDSTUK 1
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JULI 1996
Artikel II
Artikel III
Artikel IV
Artikel V
HOOFDSTUK 2
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JANUARI 1997
Artikel VI
Artikel VII
HOOFDSTUK 3
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 APRIL 1997
Artikel VIII
Artikel IX
Artikel X
HOOFDSTUK 4
WIJZIGING VAN HET INKOMSTENBESLUIT MILITAIREN MET INGANG VAN 1 MEI 1997
Artikel XI
HOOFDSTUK 5
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JULI 1997
Artikel XII
Artikel XIII
Artikel XIV
Artikel XV
Artikel XVI
Artikel XVII
HOOFDSTUK 6
WIJZIGING VAN HET BESLUIT DIENSTREIZEN DEFENSIE MET INGANG VAN 1 NOVEMBER 1997
Artikel XVIII
HOOFDSTUK 7
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 JANUARI 1998
Artikel XIX
Artikel XX
HOOFDSTUK 8
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 APRIL 1998
Artikel XXI
Artikel XXII
HOOFDSTUK 9
WIJZIGING VAN HET INKOMSTENBESLUIT MILITAIREN MET INGANG VAN 1 JULI 1998
Artikel XXIII
HOOFDSTUK 10
WIJZIGING VAN ENIGE BESLUITEN MET INGANG VAN 1 SEPTEMBER 1998
Artikel XXIV
Artikel XXV
HOOFDSTUK 11
OVERIGE WIJZIGINGEN
Artikel XXVI
Artikel XXVII
Artikel XXVIII
Artikel XXIX
Artikel XXX
HOOFDSTUK 12
TOEKENNING VAN EEN EENMALIGE UITKERING IN 1997 AAN HET DEFENSIEPERSONEEL
Artikel XXXI
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1997 in werkelijke dienst is;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1997 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 1997 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1997 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1997 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1997 in werkelijke dienst is;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1997 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 1997 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1997 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1997 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 1997 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 1997 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1997 op grond van een van de onder b, onderdelen 4 en 5, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 1997 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 1997 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1997 op grond van een van de onder b, onderdelen 4 en 5, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
Artikel XXXII
B. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXXI, onder b, onderdelen 4 en 5, wordt in de maand december 1997 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 6% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
C. De eenmalige uitkering als bedoeld onder A en B, heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet, in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.
HOOFDSTUK 13
TOEKENNING VAN EEN EENMALIGE UITKERING IN 1998 AAN HET DEFENSIEPERSONEEL
Artikel XXXIII
a. militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.
b. betrokkene: 1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1998 in werkelijke dienst is;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1998 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 1998 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1998 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1998 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
1. de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1998 in werkelijke dienst is;
2. de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1998 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
3. de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 1998 in dienst van het Ministerie van Defensie is;
4. de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 1998 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen geniet;
5. de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 1998 in het genot is van wachtgeld als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
c. berekeningsbasis: 1. de over de maand december 1998 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 1998 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1998 op grond van een van de onder b, onderdelen 4 en 5, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
1. de over de maand december 1998 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;
2. het over de maand december 1998 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;
3. het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 1998 op grond van een van de onder b, onderdelen 4 en 5, genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
Artikel XXXIV
B. Aan de betrokkene, bedoeld in artikel XXXIII, onder b, onderdelen 4 en 5, wordt in de maand december 1998 een eenmalige uitkering verstrekt ter grootte van 6% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
C. De eenmalige uitkering, als bedoeld onder A en B, heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet, in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.
HOOFDSTUK 14
INTREKKING KONINKLIJK BESLUIT EN SLOTBEPALING
Artikel XXXV
Artikel XXXVI
a. hoofdstuk 7, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 1998;
b. hoofdstuk 8 dat in werking treedt met ingang van 1 april 1998;
c. hoofdstuk 9 dat in werking treedt met ingang van 1 juli 1998;
d. hoofdstuk 10 dat in werking treedt met ingang van 1 september 1998;
e. hoofdstuk 11, artikel XXVI, onderdelen A tot en met C, die in werking treden op een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip op of na de datum waarop het Besluit tot vervanging van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel door sectorale regelingen in werking treedt,
en met dien verstande dat:
f. hoofdstuk 1 terug werkt tot en met 1 juli 1996;
g. hoofdstuk 2 terug werkt tot en met 1 januari 1997;
h. hoofdstuk 3 terug werkt tot en met 1 april 1997;
i. hoofdstuk 4 terug werkt tot en met 1 mei 1997;
j. hoofdstuk 5 terug werkt tot en met 1 juli 1997;
k. hoofdstuk 6 terug werkt tot en met 1 november 1997.