1. De veilingmeester stelt voorafgaand aan de eerste ronde met betrekking tot die ronde vast:
1º het rondenummer,
2º vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd, en
3º op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
2. De veilingmeester stelt voorafgaand aan elke volgende ronde vast:
a. met betrekking tot de voorgaande ronde: 1º het rondenummer,
2º het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht,
3º het hoogst geboden bedrag per kavel alsmede het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden, en
4º de deelnemer die, na eventuele loting bedoeld in artikel 13, vijfde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod heeft uitgebracht;
1º het rondenummer,
2º het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht,
3º het hoogst geboden bedrag per kavel alsmede het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden, en
4º de deelnemer die, na eventuele loting bedoeld in artikel 13, vijfde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod heeft uitgebracht;
b. met betrekking tot de volgende ronde: 1º het rondenummer,
2º het aantal deelnemers dat gerechtigd is een bod uit te brengen op de kavels A en B,
3º het aantal deelnemers dat gerechtigd is een bod uit te brengen op iedere afzonderlijke kavel van de kavels 1 tot en met 16,
4º het minimaal te bieden bedrag per kavel,
5º vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd,
6º op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
1º het rondenummer,
2º het aantal deelnemers dat gerechtigd is een bod uit te brengen op de kavels A en B,
3º het aantal deelnemers dat gerechtigd is een bod uit te brengen op iedere afzonderlijke kavel van de kavels 1 tot en met 16,
4º het minimaal te bieden bedrag per kavel,
5º vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd,
6º op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
3. Een ronde eindigt op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, sub 3°, onderscheidenlijk het tweede lid, onder b, sub 6°, of zoveel eerder als alle biedkaarten zijn ingeleverd met inachtneming van artikel 12, tweede lid.
4. De notaris deelt aan alle deelnemers mee hetgeen de veilingmeester heeft vastgesteld op grond van het eerste lid, het tweede lid, onder a, sub 1° t/m 3°, en het tweede lid, onder b, met dien verstande dat de notaris het door de veilingmeester vastgestelde hoogst geboden bedrag op de kavels A en B afrondt op eenheden van 100.000 gulden en het hoogst geboden bedrag op de kavels 1 tot en met 16 op eenheden van 10.000 gulden.
5. De deelnemers van wie de veilingmeester heeft vastgesteld dat deze het hoogste bod hebben uitgebracht, worden hiervan door de notaris afzonderlijk op de hoogte gesteld.