BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 4.04
Reglement Rijnpatenten 1998
Invordering van het patent ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 Indien er dringende redenen aanwezig zijn om het patent in te trekken als bedoeld in artikel 4.03 of om de geldigheid daarvan op te schorten als bedoeld in artikel 4.02 eerste lid, aanhef en onderdeel a , kan de bevoegde autoriteit besluiten dat het patent tijdelijk wordt ingevorderd. 2 Een patent dat tijdelijk is ingevorderd wordt onverwijld en onder opgave van redenen bij de autoriteit die het heeft afgegeven of bij de ingevolge de nationale voorschriften bevoegde rechtbank, overgelegd. 3 De autoriteit die het patent heeft afgegeven moet onverwijld, nadat zij van het besluit van de tijdelijke invordering kennis heeft genomen, besluiten over het opschorten van de geldigheid van het patent of het intrekken daarvan. Indien een rechtbank bevoegd is, wordt besloten volgens de nationale voorschriften. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de tijdelijke invordering tevens als een besluit als bedoeld in artikel 4.02, eerste lid, onderdeel a . 4 Het tijdelijk invorderen van het patent moet worden opgeheven en het patent moet aan de houder worden teruggegeven, wanneer de reden daarvoor is komen te vervallen of een opschorting niet wordt voorgeschreven, dan wel het patent niet wordt ingetrokken.