BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 4.01
Reglement Rijnpatenten 1998
– Controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 De houder van het grote patent, het kleine patent of het sportpatent moet zijn lichamelijke en geestelijke geschiktheid opnieuw aantonen bij de autoriteit die het patent heeft afgegeven door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in de bijlage B2, die niet ouder dan drie maanden mag zijn: a. iedere vijf jaren vanaf het bereiken van de leeftijd van 50 jaar tot de leeftijd van 65 jaar; b. ieder jaar vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Bij het aantonen van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan deze autoriteit tot aan de ontvangst van het Rijnpatent een tijdelijke verklaring als vervangend document afgeven. Het bewijs van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan ook bij een andere bevoegde autoriteit worden overgelegd. Deze autoriteit geleidt de bescheiden verder naar de autoriteit die het patent afgeeft en geeft zonodig een tijdelijke verklaring als vervangend document af. 2 Onverminderd het eerste lid stelt de bevoegde autoriteit bij twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de houder van een patent de autoriteit die het patent heeft afgegeven hiervan in kennis. Deze kan verlangen dat een medische verklaring als bedoeld in de bijlage B2 over de huidige staat van lichamelijke en geestelijke geschiktheid wordt overgelegd. De kosten van de medische verklaring worden alleen dan gedragen door de houder van het patent indien het vermoeden gegrond blijkt te zijn. 3 Indien uit de medische verklaring blijkt dat het om een beperkte geschiktheid gaat, kan de autoriteit die het afgeeft aan het patent voorwaarden verbinden, die daarin worden opgenomen.