BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.05
Reglement Rijnpatenten 1998
– Vrijstellingen en uitbreidingen ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 Degene die het eindexamen van een beroepsopleiding met goed gevolg heeft afgelegd kan worden vrijgesteld van die gedeelten van het examen, die betrekking hebben op kennis en vaardigheden, die reeds onderwerp van een door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig erkend examen waren. 2 De houder van een bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in artikel 1.03, vierde lid, kan bij het verwerven van het sportpatent van dat gedeelte van het examen worden vrijgesteld dat betrekking heeft op nautische kennis. 3 De houder van een vaarbewijs van één der Rijnoeverstaten of België dan wel een ander geldig en door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid voor het voeren van een schip op andere vaarwegen moet voor het verkrijgen van een Rijnpatent voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 3.03, doch tijdens het examen slechts de kennis van de op de Rijn van toepassing zijnde reglementen en bepalingen en de kennis van het betreffende riviergedeelte aantonen. 4 De houder van een overheidspatent verkrijgt op aanvraag een sportpatent voor hetzelfde riviergedeelte zonder daarvoor examen te doen. 5 Voor het verkrijgen van een ander patent als bedoeld in artikel 1.04 of van een uitbreiding tot een ander riviergedeelte kan de houder van een Rijnpatent van dat deel van het examen worden vrijgesteld, dat betrekking heeft op de kennis of de vaardigheden, welke reeds voor het verkrijgen van zijn huidige patent moesten worden aangetoond. De patenten bedoeld in de artikelen 2.01, 2.02, 2.03 en 2.05 gelden op de riviergedeelten tussen Basel en de sluizen te Iffezheim alsmede benedenstrooms van het Spijksche Veer zonder dat zij tot die riviergedeelten zijn uitgebreid.