BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.02
Reglement Rijnpatenten 1998
– Aanvraag ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 Degene die een Rijnpatent verkrijgen of uitbreiden wil moet een aanvraag voor toelating tot het examen en afgifte van het patent richten aan de bevoegde autoriteit, onder opgave van het volgende: a. voor- en achternamen, geboortedatum, geboorteplaats en adres; b. type patent dat men verkrijgen wil; c. gedeelte van de Rijn waarvoor het patent wordt aangevraagd. 2 Bij de aanvraag moeten worden overgelegd: a. een recente pasfoto; b. een medische verklaring als bedoeld in bijlage B2 , die niet ouder dan drie maanden mag zijn. Ingeval van twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan de bevoegde autoriteit verlangen dat verklaringen van een arts of een specialist worden overgelegd; de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan eveneens worden aangetoond met een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, dat door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart is erkend en waarvoor dezelfde eisen gelden als bedoeld in bijlage B1 en B2 en als bedoeld in artikel 4.01 ; c. voor zover vereist, een bewijs van de vaartijd en van de reizen op bepaalde riviergedeelten; d. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; e. voor zover vereist, een kopie van het marifoonbedieningscertificaat als bedoeld in bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de Binnenvaart. 3 Het vereiste met betrekking tot de kwalificatie als bedoeld in de artikelen 2.01, tweede lid, onderdeel b , 2.02, tweede lid, onderdeel b , of 2.03, tweede lid, onderdeel b , moet door middel van – een uittreksel uit het strafregister of – een ander gelijkwaardig document worden aangetoond. Personen die hun domicilie hebben buiten het toepassingsgebied van dit reglement moeten een overeenkomstig geldig document overleggen dat is afgegeven ingevolge het geldende recht van hun woonplaats. Deze documenten mogen in elk geval niet ouder zijn dan 6 maanden. 4 Indien het patent tot een ander riviergedeelte moet worden uitgebreid, behoeft bij de aanvraag slechts een kopie van het patent en het bewijs van de reizen op het bedoelde riviergedeelte te worden bijgevoegd. Wanneer een houder van een Rijnpatent een ander type Rijnpatent wenst te verkrijgen, kan de bevoegde autoriteit beslissen dat de bescheiden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, of de documenten, bedoeld in het derde lid, niet opnieuw moeten worden overgelegd.