BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.05
Reglement Rijnpatenten 1998
– Bewijs van vaartijd en reizen op bepaalde riviergedeelten ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 De vereiste vaartijd en de reizen op bepaalde riviergedeelten van de Rijn moeten worden aangetoond aan de hand van een behoorlijk ingevuld en gewaarmerkt dienstboekje, als bedoeld in de bijlage F van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn . Het dienstboekje moet door de bevoegde autoriteit zijn afgegeven. Het kan zijn opgesteld in de Duitse, Franse of Nederlandse taal. 2 Voorzover een dienstboekje ingevolge het Reglement onderzoek schepen op de Rijn of ingevolge nationale voorschriften voor de vaarwegen buiten de Rijn niet is voorgeschreven, kunnen de reizen op bepaalde riviergedeelten van de Rijn en de vaartijd ook worden aangetoond door een geldig ambtelijk document, dat tenminste de volgende gegevens bevat: a. soort, grootte, aantal passagiers, naam en vermogen van de schepen, waarop de aanvrager heeft gevaren; b. de naam van de schipper; c. het tijdstip van het begin en het einde van de reizen; d. de uitgeoefende functie; e. de bevaren riviergedeelten (precieze aanduiding met plaatsen van vertrek en aankomst). 3 De vaartijd kan eveneens worden aangetoond met een vaarbewijs of een bewijs van vaarbekwaamheid als bedoeld in artikel 3.05, derde lid , tot de omvang die voor het verkrijgen van dit bewijs reeds is aangetoond. 4 De vaartijd op zee moet worden aangetoond door middel van een monsterboekje. 5 De tijd doorgebracht op een vakschool voor schippers moet worden aangetoond door een getuigschrift van die school. 6 Voor zover noodzakelijk, moeten de documenten, als bedoeld in het tweede tot en met het vijfde lid, vergezeld van een officiële vertaling in de Duitse, Franse of Nederlandse taal worden overgelegd.