BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2.02
Reglement Rijnpatenten 1998
– Klein Patent ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 Degene die het kleine patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn en de nodige kwalificatie bezitten, alsmede een vaartijd aantonen van ten minste één jaar aan boord van een motorschip in de binnenvaart als matroos of als matroos-motordrijver. De gegadigde moet tevens in het bezit zijn van een marifoonbedieningscertificaat als bedoeld in bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de Binnenvaart. 2 Gekwalificeerd is degene die: a. lichamelijk en geestelijk geschikt is om een schip te voeren. De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in de bijlagen B1 en B2 , afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig gevoerd en het gezag over een bemanning uitgeoefend kan worden; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg, in het bijzonder van het riviergedeelte waarvoor het patent wordt aangevraagd. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. 3 De vaartijd moet zijn doorlopen op een schip voor het voeren waarvan respectievelijk het grote patent of het kleine patent vereist zou zijn. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. 4 Bovendien moet het riviergedeelte, waarvoor het kleine patent wordt aangevraagd, als matroos, matroos-motordrijver, volmatroos of stuurman aan boord van een motorschip, voor het voeren waarvan een groot patent of een klein patent vereist zou zijn, in een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag tenminste zestien maal zijn bevaren, waarvan binnen de laatste drie jaren tenminste drie maal in elke richting. Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer.