BWBR0008934
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 1.03
Reglement Rijnpatenten 1998
– Verplichting tot het hebben van een patent ... [Regeling vervallen per 01-04-2008] 1 Degene die op de Rijn een schip wil voeren, moet ingevolge dit reglement zijn voorzien van een Rijnpatent voor het type en de grootte van het betreffende schip alsmede voor het te bevaren riviergedeelte. 2 Het Rijnpatent wordt verleend voor de gehele Rijn of voor afzonderlijke gedeelten daarvan. 3 Voor de vaart benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857,40) en op het riviergedeelte tussen de Mittlere Rheinbrücke te Bazel (km 166,64) en de sluizen te Iffezheim (km 335,92) kan worden volstaan met, a. in plaats van het patent bedoeld in artikel 2.01 , een vaarbewijs als bedoeld in de bijlage I van de Richtlijn van de Raad 91/672/EEG of een vaarbewijs afgegeven ingevolge de Richtlijn van de Raad 96/50/EG; b. in plaats van het patent bedoeld in de artikelen 2.02 tot en met 2.04 , een ander door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid. 4 Voor schepen met een lengte van minder dan 15 m, met uitzondering van passagiersschepen, duw- en sleepboten, kan worden volstaan met een bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenwateren, dat in overeenstemming is met de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten en België. 5 Voor veerponten en voor schepen die uitsluitend door spierkracht worden voortbewogen alsmede voor schepen met een lengte van minder dan 15 m die slechts a. door middel van zeilen worden voortbewogen, dan wel b. zijn uitgerust met mechanische middelen tot voortbeweging van niet meer dan 3,68 kW, wordt de verplichting tot het hebben van een patent uitsluitend geregeld door de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten.