Artikel 1
Van de oproepingsprocedure bedoeld in artikel 385 van het Wetboek van Strafvorderingwordt geen gebruik gemaakt na het constateren van
a. vermoedelijke overtreding van artikel 314 van het Wetboek van Strafrecht;
b. feiten die niet eenvoudig van aard zijn en waarvan de toedracht niet duidelijk is;
c. feiten waarbij tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd;
d. feiten waarbij sprake is van schade, niet zijnde lichte schade;
e. feiten waarbij sprake is van letsel, niet zijnde gering letsel.
a. vermoedelijke overtreding van artikel 314 van het Wetboek van Strafrecht;
b. feiten die niet eenvoudig van aard zijn en waarvan de toedracht niet duidelijk is;
c. feiten waarbij tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd;
d. feiten waarbij sprake is van schade, niet zijnde lichte schade;
e. feiten waarbij sprake is van letsel, niet zijnde gering letsel.