Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b. de rechtspersoon: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 15f, eerste lid, van de Auteurswet 1912 en artikel 15a, eerste lid, van de Wet op de naburige rechten;
c. de vergoeding: de billijke vergoeding, bedoeld in artikel 15c van de Auteurswet 1912 en de artikelen 2,6,7a en 8 van de Wet op de naburige rechten.
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b. de rechtspersoon: de rechtspersoon, bedoeld in artikel 15f, eerste lid, van de Auteurswet 1912 en artikel 15a, eerste lid, van de Wet op de naburige rechten;
c. de vergoeding: de billijke vergoeding, bedoeld in artikel 15c van de Auteurswet 1912 en de artikelen 2,6,7a en 8 van de Wet op de naburige rechten.