1. In een fles met een strijkvolle inhoud van 700 ml of meer bij 20 0C die is afgevuld met een waar als bedoeld in artikel 1, onder a, mag, gemeten bij 20 0C, de daarin aanwezige koolzuurdruk hoger zijn dan in artikel 4aangegeven, doch niet meer bedragen dan:
221 kPa (2,25 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan weerstaan van ten minste 736 kPa (7,50 at)(overdruk);
245 kPa (2,50 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 785 kPa (8,00 at)(overdruk);
270 kPa (2,75 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 834 kPa (8,50 at)(overdruk);
294 kPa (3,00 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 883 kPa (9,00 at)(overdruk);
319 kPa (3,25 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 956 kPa (9,75 at)(overdruk);
368 kPa (3,75 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 1103 kPa (11,25 at)(overdruk);
392 kPa (4,00 at) overdruk indien de fles gedurende 1 minuut een inwendige druk kan doorstaan van ten minste 1177 kPa (12,00 at)(overdruk);
2. Een beschermde fles of een ommantelde fles die is afgevuld met een waar als bedoeld in artikel 1, onder a, moet, gemeten bij 20 0C, gedurende 1 minuut een inwendige druk kunnen doorstaan van 1177 kPa (12,00 at) overdruk.