1. De toezichthouder publiceert jaarlijks voor 1 mei een staat van de werkelijke kosten en ontvangsten over het afgelopen jaar.
2. De in het eerste lid bedoelde staat dient voorafgaande aan de publicatie te worden gecontroleerd door een accountant als bedoeld in artikel 2, derde lid.
3. De toezichthouder zendt de in het eerste lid bedoelde staat en de verklaring van de in het tweede lid bedoelde accountant gelijktijdig met het ingevolge
artikel 11, vierde lid, van de wetbedoelde verslag aan de minister.